
Op 1 oktober 2009 is de wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen ingevoerd. Die wet versterkt uw positie in het geval dat de overheid niet tijdig over uw aanvraag of bezwaarschrift beslist. U heeft dan namelijk de mogelijkheid om een vergoeding (dwangsom) te vragen. Hierna geven wij antwoord op de belangrijkste vragen.
Voor aanvragen en bezwaren die zijn ingediend vóór 1 oktober 2009, geldt de wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen niet.
De Algemene wet bestuursrecht bepaalt binnen welke termijn het waterschap op een aanvraag voor een beschikking (bijv. een watervergunning) of bezwaarschrift moet beslissen.
Bij een aanvraag voor een ‘eenvoudige’ watervergunning is de beslistermijn in het algemeen acht weken na ontvangst van de aanvraag. Het waterschap kan de beslistermijn voor uw aanvraag één keer verlengen. Als wij de termijn verlengen, geven wij ook meteen aan wat de nieuwe beslistermijn wordt.
In sommige situaties kunnen we de beslissing nog verder uitstellen (opschorting genoemd), bijvoorbeeld:
De termijn gaat pas weer lopen als de reden van de opschorting is opgelost, of als wij uw informatie hebben ontvangen. U krijgt daarover van ons bericht. Wij geven daarbij aan wanneer de beslistermijn afloopt.
Bij meer ‘gecompliceerde’ aanvragen voor een watervergunning waarbij ook belangen van derden een grotere rol spelen en bij een aanvraag voor watervergunning voor een directe lozing, geldt de uitgebreide procedure van afdeling 3.4. van de Algemene wet bestuursrecht. Hierbij geldt een beslistermijn van maximaal 6 maanden na ontvangst van de aanvraag. Deze termijn kan het waterschap met een redelijke termijn verlengen indien de aanvraag een zeer ingewikkeld of omstreden onderwerp betreft.
Bij een bezwaarschrift is de beslistermijn maximaal twaalf weken na afloop van de termijn waarbinnen u bezwaar moet maken (bezwaartermijn). Voor een bezwaarschrift tegen een belastingaanslag bedraagt de beslistermijn 6 weken na afloop van de bezwaartermijn.
Het waterschap kan de beslistermijn voor een bezwaarschrift verdagen (verlengen) met zes weken. Ook bij een bezwaarschrift geldt dat in sommige situaties de beslissing nog verder uitgesteld kan worden (opschorting genoemd), bijvoorbeeld als u instemt met uitstel of als het bezwaarschrift geen gronden van bezwaar bevat. Zie voor informatie over opschorting de tekst hierboven.
Als het waterschap niet binnen de wettelijke beslistermijn beslist, kunt u aanspraak maken op een dwangsom. Als uw bezwaarschrift niet tijdig is ingediend (niet-ontvankelijk) of het is bij ontvangst van uw bezwaarschrift overduidelijk dat uw bezwaarschrift wordt afgewezen (kennelijk ongegrond), behoeft het waterschap geen dwangsom te betalen.
Voordat u aanspraak kunt maken op een dwangsom, moet u het waterschap schriftelijk melden dat zij niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist (in gebreke stellen). Aan het indienen van een ingebrekestelling is geen termijn verbonden, zolang u de ingebrekestelling niet onredelijk laat indient. Voor het in gebreke stellen zijn speciale formulieren beschikbaar:
Als het waterschap een ingebrekestelling ontvangt, heeft het waterschap nog twee weken om te beslissen. Pas als het waterschap niet binnen deze termijn beslist, hebt u recht op een dwangsom. De eerste dag waarover het waterschap de dwangsom berekent is de dag na die volgend op de termijn van twee weken.
U hoeft verder geen stappen meer te ondernemen; het waterschap maakt zelf een berekening van de dwangsom. De manier waarop het waterschap die berekening moet uitvoeren is vastgelegd in artikel 4:17 van de Algemene wet bestuursrecht.
De dwangsom wordt per dag dat het waterschap te laat is berekend met een maximum van 42 dagen. De eerste veertien dagen is de dwangsom € 20 per dag; de volgende veertien dagen € 30 per dag en de laatste veertien dagen € 40 per dag. De dwangsom is maximaal € 1.260.
Het waterschap stelt de dwangsom vast bij een voor bezwaar vatbare beschikking, binnen twee weken na de laatste dag waarover de dwangsom verschuldigd was. Het waterschap betaalt de dwangsom zo spoedig mogelijk uit, uiterlijk binnen zes weken.
Als u het niet eens bent met de beslissing van het waterschap om wel of geen dwangsom toe te kennen of u vindt dat de hoogte van de dwangsom verkeerd berekend is, dan kunt u daartegen bezwaar maken binnen zes weken na verzending van de beslissing. Uw bezwaarschrift kunt u indienen bij: waterschap Brabantse Delta, postbus 5520, 4801 DZ Breda. Uw bezwaarschrift moet in ieder geval de volgende gegevens bevatten: uw naam en adres, de datum waarop u het bezwaarschrift schrijft, tegen welk besluit u bezwaar maakt, de redenen waarom u het niet eens bent met het besluit en uw handtekening.
Bent u het niet eens met de uitspraak van het waterschap op uw bezwaarschrift, dan kunt u tegen de beslissing op uw bezwaar in beroep gaan bij de rechtbank.