Als u werkzaamheden in, op, onder of naast oppervlaktewaterlichamen en waterkeringen (dijken) wilt gaan uitvoeren, zoals bijvoorbeeld het aanleggen van een dam met duiker en het leggen van kabels door de zonering van een waterkering, dan dient u vaak een watervergunning aan te vragen bij het waterschap. Dit is belangrijk voor de veiligheid, want zo voorkomt het waterschap bijvoorbeeld dat mensen rivieroevers en waterkeringen beschadigen en dat sloten verstopt raken en kunnen overstromen.
Voor het brengen van water naar en onttrekken uit oppervlaktewaterlichamen dient u vanaf bepaalde hoeveelheden een watervergunning aan te vragen. Ook voor de scheepvaart geldt dat voor bijzondere eenmalige transporten vergunning moet worden aangevraagd om met een grotere afmeting of diepgang van een schip te mogen varen.
De basis voor de watervergunning zijn de Waterwet en de keur van het waterschap. Beide bevatten regels met betrekking tot het watersysteem (inclusief grondwater en de waterbodem) en alles wat daarbij hoort, zoals bijvoorbeeld kunstwerken en dijken.
De keur van het waterschap is een verordening met wettelijke voorschriften die gelden voor de rivieren, beken, sloten en waterkeringen die in beheer zijn bij het waterschap. De keur is een aanvulling op regels uit de Waterwet. Ze zijn ook van toepassing op alle sloten en watergangen die eigendom zijn van anderen (o.a. boeren en tuinders). De voorschriften in de Waterwet en de keur geven aan wat wel en niet mag en welke plichten er zijn. Zo zijn er regels die gelden voor:
In de rechterkolom zijn de keur en de bijbehorende kaarten in te zien.
Voor verschillende activiteiten is een watervergunning nodig om deze te mogen uitvoeren. Om een watervergunning aan te vragen, kunt u een aanvraagformulier downloaden op: Formulieren vergunningen en meldingen. Voor vragen over de afhandeling van uw vergunningaanvraag kunt u contact opnemen met de afdeling Vergunningen, T 076 564 13 45.
Aan het in behandeling nemen van een vergunningaanvraag in het kader van de keur zijn leges verbonden. Meer hierover leest u in de legesverordening van het waterschap, te vinden in de rechterkolom.
Bij het verlenen van watervergunningen hanteert het waterschap beleid waarin staat in welke situaties een watervergunning kan worden verleend, waarop een aanvraag wordt getoetst en welke voorwaarden aan de watervergunning worden verbonden. De belangrijkste beleidsregel daarvoor is de ‘Beleidsregel toepassing Waterwet en keur’. Deze is terug te vinden in de rechterkolom. Voor een overzicht van de andere relevante beleidsregels gaat u naar Overzicht van de beleidsregels.
Het waterschap heeft voor een aantal gevallen de vergunningplicht vervangen door algemene regels in de keur. Voorbeelden daarvan zijn bijvoorbeeld de aanleg van een duiker in een categorie B of C waterloop of de aanleg van sommige soorten steigers en vlonders. Een algemene regel houdt in dat als u iets gaat doen waar een algemene regel voor geldt u geen vergunning nodig heeft. U moet dan wel minimaal drie weken vóór de start van de werkzaamheden bij het waterschap melden wat u gaat doen en natuurlijk de voorwaarden uit de algemene regel naleven. U vindt alle algemene regels in hoofdstuk 6 van de keur.
Gaat u grondwater onttrekken of infiltreren dan geldt vaak een vergunnings- of meldplicht. Voor het aanbrengen of weer opruimen van putten gelden de Algemene voorschriften grondwateronttrekkingen. Hier staan een aantal regels over hoe een grondwaterput afgewerkt en afgesloten moet worden, ter bescherming van het grondwater. Let op: deze algemene voorschriften gelden altijd, ook voor gevallen waarvoor geen watervergunning of melding verplicht is!
