
Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. Integraal waterbeheer staat hierin centraal. Veranderingen door de wet hebben betrekking op een nieuwe watervergunning, het instellen van een waterloket en grondwaterbeheer en -overlast.
Toestemming voor het werken aan of langs het water, aan de dijk en voor het lozen van afvalwater wordt vanaf nu geregeld met één vergunning: de watervergunning. De aanvraagprocedures worden zoveel mogelijk op elkaar afgestemd. Bij het toekennen van een watervergunning houdt het waterschap rekening met de regels in de keur en de diverse eigen beleidsregels.
Gemeenten vormen in algemene zin het aanspreekpunt voor bedrijven en particulieren. Vanaf 2010 geldt dit ook voor alle waterzaken. Bij het loket van een gemeente kan men terecht voor:
In eerste instantie neemt de gemeente de (aan)vragen in behandeling. Wanneer het nodig is, schakelt de gemeente het waterschap in voor advies.
Door de Waterwet is het waterschap operationeel grondwaterbeheerder geworden. Het is daarmee het 'bevoegd gezag' voor alle kleine grondwateronttrekkingen en -infiltraties. Het waterschap beoordeelt de aanvragen voor onttrekking en infiltratie van particulieren, bedrijven en andere overheden. Deze aanvragen kunnen binnenkomen via het gemeentelijk waterloket of direct via het waterschap zelf. Ook houdt het waterschap toezicht op de onttrekkingen en infiltraties. Bij constatering van overtredingen volgen maatregelen.