

Het waterschap onderhoudt tientallen kilometers watergangen. Iedere zes jaar controleert het waterschap de diepte van watergangen. Zo nodig baggert het waterschap ze daarna uit. Waar het kan, zet het waterschap de bagger op de kant. In de afgelopen jaren waren sommige watergangen zo vervuild dat baggeren ook nodig was om de kwaliteit te verbeteren. Dat is in de komende periode is niet nodig (zie rapport effecten nalevering waterbodems). Het baggerprogramma staat in het waterbodembeheerplan uit 2006; de planning is hieronder weergegeven. Baggerwerkzaamheden in zogenoemde ‘waterlichamen’ heeft het waterschap ook opgenomen in de stroomgebiedbeheerplannen voor de kaderrichtlijn Water. Het waterschap heeft zich aan de EU verplicht die werkzaamheden uit te voeren.

Kaart: wanneer wordt waar gecontroleerd of er gebaggerd moet worden?
Voorafgaand aan onderhoudsbaggerwerkzaamheden laat het waterschap in verdachte locaties een waterbodemonderzoek uitvoeren naar de kwaliteit van de baggerspecie. Het gaat dan om de gebieden:
Op basis van de Regeling bodemkwaliteit is voor het verspreiden en tijdelijk opslaan van baggerspecie uit onverdachte locaties waterbodemonderzoek niet noodzakelijk. Het waterschap verricht geen waterbodemonderzoek in onverdachte locaties waarvan tevens onderzoeksgegevens van de waterbodemkwaliteit beschikbaar zijn en dit onderzoek uitwijst dat de onderhoudsbaggerspecie geen aanwezigheid van waterbodemverontreiniging vertoond. In onverdachte locaties waar deze onderzoeksgegevens niet bekend zijn, wordt voorafgaand aan onderhoud nog wel een (lichte) onderzoeksinspanning verricht totdat ook in deze locaties onderzoek uitwijst dat in de onderhoudsbaggerspecie geen waterbodemverontreiniging bestaat. De kaarten in bijlage 10 a t/m d geven een overzicht van de verdachte en onverdachte locaties in het beheergebied van het waterschap.
