

Het waterschap heeft in de periode 2006-2009 voor vrijwel alle delen van het beheergebied Integrale Gebiedsanalyses uitgevoerd (IGA’s). Daaruit blijkt wat lokaal de beste oplossingsrichtingen zijn voor de aanpak van wateroverlast en droogte. In het algemeen zijn water vasthouden en bergen in natuurlijke laagtes de belangrijkste oplossingsrichtingen voor het bestrijden van wateroverlast. De IGA’s hebben twee kaarten opgeleverd: een kaart met de kans op inundaties bij een klimaatscenario voor 2050 en een kaart met oplossingsrichtingen die als basis dienen voor de inrichtingsplannen. Voor twee gebieden zijn de inundatieberekeningen na afronding van de IGA herzien. Voor het gebied Gat van de Ham zijn herberekeningen uitgevoerd met winterpeilen in plaats van zomerpeilen. Voor het gebied Oosterhout Waalwijk is het rekenmodel voor de stedelijke wateropgave Oosterhout-Waalwijk gebruikt.
Het grootste deel van het landelijk gebied heeft geen problemen met wateroverlast. Waar wel sprake van overlast is, zijn de regionale uitgangspunten uit de provinciale waterverordening van toepassing (zie ook: wat willen we bereiken). In beekdalen en andere locaties die van oudsher nat zijn, vindt beperkte reductie van de overlast plaats. Op andere plaatsen wordt de overlast beperkt tot de landelijke normen. De situatie gaat er dus overal op vooruit. In vrij afwaterende gebieden zijn andere oplossingen mogelijk dan in het peilbeheerste gebied (de polders). Zo is in vrij afwaterende gebieden een hoger peil wenselijk, terwijl het peil in polders niet mag afwijken van het peilbesluit.

Welke prioriteiten worden er gelegd bij de aanpak van wateroverlast?
De oplossingsrichtingen uit de IGA’s krijgen een concrete uitwerking in inrichtingsplannen. Daarbij vergelijkt het waterschap de effecten van verschillende maatregelen met de kosten van de maatregelen en de schade door wateroverlast. Ook controleert het waterschap of een maatregel geen ongewenste effecten in andere gebieden heeft (niet-afwentelen). De optimale maatregelen worden na een inspraakperiode definitief vastgesteld. Maatregelen zijn bijvoorbeeld water vasthouden in de haarvaten, waterberging aanleggen of lokale knelpunten in de waterafvoer oplossen.
Het beheergebied krijgt minimaal 520 hectare waterberging, die voor een groot deel al voor 2010 gereed is. Het creëren van waterberging vergt verschillende stappen: locatie aanwijzen, inrichten en verankeren in de legger en bestemmingsplannen (zie watersysteem op orde houden). Een waterbergingsgebied wordt niet altijd aangekocht. Bij natuurgebieden en agrarische gebieden met een relatief lage inundatiefrequentie (bijvoorbeeld eens per 20 jaar) is aankoop door het waterschap meestal niet noodzakelijk. Er kan dan worden volstaan met de aanwijzing van het gebied in de legger en bestemmingsplannen. De dan optredende schade wordt vergoed. Vaak, maar niet altijd, is waterberging te combineren met natuurontwikkeling, is goede waterkwaliteit belangrijk en dat kan aanvullende ingrepen vereisen.
Het waterschap probeert bij de aanpak van wateroverlast schade en extra overlast te vermijden. Als dat niet lukt, wordt de schade volgens de geldende regelingen vergoed. Het waterschap geeft er de voorkeur aan vroegtijdig met de betrokkenen afspraken over schadevergoeding te maken. Als de betrokkene dat niet wil, kan hij of zij een beroep doen op nadeelcompensatie. Het waterschap heeft daar in 2007 beleid voor vastgesteld.
