Logo Waterschap Brabantse Delta
Ga direct naar het hoofdmenu of de inhoud.

Knelpunten vismigratie oplossen

Selecteren en prioriteren

In de periode 2010-2015 maakt het waterschap 35 barrières in de belangrijkste vismigratieroutes passeerbaar voor vis, met name bij stuwen. In 2015 is daarmee 72% van de knelpunten opgelost (tot en met 2009 zijn al 35 knelpunten opgelost, ofwel 36%). Op de kaart ‘vismigratieknelpunten’ staan alle knelpunten voor vismigratie in het beheergebied, met de prioriteiten voor de aanpak. Een deel van deze maatregelen is ook opgenomen in het stroomgebiedbeheerplan voor de Europese kaderrichtlijn Water. Dit zijn de maatregelen in wateren die als ‘waterlichaam’ zijn onderscheiden. In sommige waterlichamen zijn maatregelen voor vismigratie niet kosteneffectief of niet zinvol omdat er geen geschikt leefgebied voor vis is. Dat geldt bijvoorbeeld voor De Zoom en de Eldersche Turfvaart. De Zoom bevat over het algemeen te weinig water. Voor de Eldersche turfvaart is migratie via de Molenbeek een beter alternatief.

Het waterschap heeft op basis van een visie op vismigratie afgeleid welke waterlopen geschikt moeten zijn als migratieroute voor vis. Het waterschap heeft de Provincie verzocht aan deze waterlopen de functie verweven of waternatuur toe te kennen (in beide gevallen is de Europese viswaterfunctie van toepassing). Met behulp van de provinciale functiekaart zijn de knelpunten voor vismigratie in beeld gebracht. Het waterschap heeft de planning voor aanpak van de knelpunten vastgesteld op basis van het bestuursprogramma 2009-2012.

Het waterschap streeft naar het bereiken van volledige migratietrajecten van de kust via de grote rivieren naar Vlaanderen (en vice versa). Waar mogelijk lost het waterschap vismigratieknelpunten op door middel van herinrichtingsprojecten. Dat is veelal kosteneffectiever dan de aanleg van betonnen vispassages. In de praktijk bepaalt het tempo van grondaankopen in herinrichtingsprojecten daardoor het tempo van de aanpak van vismigratie. Daarom is het bijvoorbeeld niet mogelijk de gehele Bovenmark binnen de planperiode passeerbaar voor vis te maken.

cartoon

Aandacht voor gemalen

Naar verwacht is het ook noodzakelijk de passeerbaarheid van gemalen (in twee richtingen) te verbeteren. De locaties, staan al op de kaart. In de planperiode onderzoekt de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA) de noodzaak en de effectiviteit van verschillende visvriendelijke varianten in bestaande gemalen. In ons beheergebied wordt de visschade bij gemaal Tonnekreek onderzocht. Daarnaast worden nieuwe innovatieve oplossingen van andere waterschappen op de voet gevolgd. De komende jaren maakt het waterschap het gemaal bij de Ligne passeerbaar, tegelijk met het geplande onderhoud. Als het technisch en financieel mogelijk is, start het waterschap ook bij andere gemalen met aanpassingen. Het passeerbaar maken van gemalen is belangrijk voor trekvissen zoals paling (glasaal) en driedoornige stekelbaars.

Zoet-zout overgang

Abrupte overgangen van zoet naar zout water vormen barrières voor trekvissen. Het waterschap streeft ernaar de zoet-zoutovergangen geleidelijker te maken. Omdat de landbouw over zoet water moet beschikken, zijn de mogelijkheden echter beperkt. Als het Volkerak-Zoommeer op termijn zout wordt, verschuift de huidige barrière van de Krammersluizen naar de sluizen in de Dintel en de Vliet. Rijkswaterstaat gaat een proef met aangepast sluisbeheer uitvoeren om te onderzoeken of de passeerbaarheid voor vissen vergroot kan worden. Het waterschap volgt de ervaringen.

Logo Waterschap Brabantse Delta
Naar boven