

Maaibeheer Onderhoud van de grasmat op waterkeringen is noodzakelijk voor de veiligheid. Een aaneengesloten, gevarieerde grasmat zonder struiken en bomen biedt de beste bescherming tegen erosie. Het waterschap wil in principe twee typen maaibeheer toepassen: natuurtechnisch en aangepast agrarisch beheer. Bij aangepast agrarisch beheer vindt naast maaibeheer ook begrazing door schapen plaats. In sommige gevallen past het waterschap bij bebouwing gazonbeheer toe.
| Type beheer | Gebruik | Streefbeeld vegetatie |
|---|---|---|
| Natuurtechnisch beheer | Maaien en afvoeren | Glanshaverhooiland |
| Maaien in combinatie met nabeweiding | Soortenrijke kamgrasweide | |
| Aangepast agrarisch beheer | Hooiland | Glanshavergrasland |
| Periodiek beweiden | Graslanden van zandige droge gronden en soortenarme kamgrasweide | |
| Beweiding gedurende het hele seizoen | Graslanden van zandige droge gronden en soortenarme kamgrasweide | |
| Gazonbeheer | Maaien | Soortenarme beemd- en raaigrasweide |
Het maaibeleid is uitgewerkt in het Algemeen Onderhoudsplan Waterlopen en Waterkeringen en in de beleidsregel Toepassing Waterwet en Keur. Hierin staan onder andere de voorschriften per type onderhoud en gebruik in. Beide documenten worden tijdens de planperiode geëvalueerd en eventueel bijgesteld.
De helft van de primaire waterkeringen is verpacht. De pachters voeren daar het dagelijks onderhoud uit, in nauwe samenwerking met het waterschap. Het waterschap brengt de regels voor beheer en onderhoud in pachtovereenkomsten in overeenstemming met het ontheffingenbeleid dat in 2005 van kracht is geworden. Het waterschap doet dat met respect voor bestaande afspraken.
Het waterschap wil de kernzone van primaire waterkeringen (kruin, taluds en bermen) zelf in onderhoud en eigendom hebben. Dit maakt het beheer en onderhoud aanzienlijk gemakkelijker. Het waterschap beheert 134 kilometer primaire waterkeringen. Hiervan is 110 kilometer al in eigendom van het waterschap. Van de resterende keringen is circa 15 kilometer in eigendom van (semi)overheden en 9 kilometer in eigendom bij particulieren. Het waterschap spant zich in om de waterkeringen die particulieren in eigendom hebben voor 2015 te verwerven. Regionale waterkeringen gaat het waterschap niet aankopen.
Met de komst van de nieuwe Waterwet verschuift de verantwoordelijkheid voor het bestrijden van muskusratten en beverratten van de Provincie naar de waterschappen. Waterschap Brabantse Delta neemt per 1 januari 2010 de rattenbestrijding in het gehele gebied ten zuiden van de Bergsche Maas voor zijn rekening, dus ook in de beheergebieden van waterschap De Dommel en waterschap Aa en Maas. De afdeling Muskusrattenbestrijding van de Provincie wordt daarvoor grotendeels bij Waterschap Brabantse Delta gevoegd. De overdracht wordt pas formeel met het intrekken van de Muskusrattenwet, later in 2010. Het waterschap neemt ook het bijbehorende beleid van de Provincie over, zoals opgenomen in de beleidsnota Uitvoering flora- en faunawet (zie link in rechterkolom).
