

Het waterschap heeft voor alle delen van het beheergebied een Integrale Gebiedsanalyse opgesteld (IGA). Daaruit is afgeleid welke regime voor grond- en oppervlaktewater optimaal is, rekening houdend met alle belangen die in het gebied een rol spelen (natuur, landbouw, bewoning et cetera). Dat is het Gewenste Grond- en Oppervlakteregime (GGOR op hoofdlijnen). Om GGOR te bereiken zijn in sommige gebieden aanpassingen van het peilbesluit, inrichtingsmaatregelen of aanpassing van beheer en onderhoud nodig. De GGOR wordt gedetailleerd vastgelegd in peilbesluiten (tot en met 2010) en inrichtingsplannen (binnen de planperiode).
Het waterschap geeft prioriteit aan het bereiken van GGOR in natte natuurparels en landbouwgebieden binnen de planperiode. De hoogste prioriteit hebben de “sense of urgency” gebieden van Natura 2000: de Brabantse Wal en het Ulvenhoutse Bos. De voortgang van deze GGOR-maatregelen hangt af van het tempo van de grondverwerving voor de Ecologische Hoofdstructuur. Het streven is dat de maatregelen in 2015 klaar zijn, of in ieder geval zo snel mogelijk nadat de gronden zijn verworven. Herstel van de overige EHS-gebieden krijgt geen prioriteit.
Het waterschap wil bovendien minder kwetsbaar zijn bij droogte, omdat door klimaatverandering vaker extreme droogte zal optreden. Daarom wordt met hoge prioriteit een klimaatstrategie opgesteld.