T 076 564 14 70

Het waterschap beheert verschillende soorten waterkeringen. Er bestaan drie categorieën waterkeringen, elk met hun eigen normering. De normen scheppen duidelijkheid over de vraag tegen welke waterstanden de keringen bestand moeten zijn.
De primaire waterkeringen zijn de belangrijkste waterkeringen. Deze keringen, ook wel dijken genoemd, beschermen het gebied tegen hoogwater van zee en van de grote rivieren. Ze zijn opgenomen in de Waterwet. Hierin is bepaald aan welke veiligheidsnorm de kering moet voldoen. Het Rijk heeft hydraulische randvoorwaarden opgesteld, die gebruikt worden om de dijken periodiek te toetsen om te bekijken of ze nog veilig genoeg zijn en voor het verlenen van vergunningen.
De regionale keringen zijn onderverdeeld naar specifieke functie in de regio. Zo zijn er keringen langs kleine, regionale rivieren, maar ook compartimenteringskeringen. Deze liggen achter een primaire kering en voorkomen dat bij een eventuele dijkdoorbraak direct een heel groot gebied onder water loopt. De regionale keringen zijn aangewezen in de Verordening Water Noord-Brabant. Hierin is bepaald aan welke veiligheidsnomen de kering dient te voldoen. Het waterschap heeft de Beleidsregel Hoogtecriteria Waterkeringen vastgesteld, die bijvoorbeeld wordt gebruikt bij vergunningverlening.
Overige waterkeringen worden ook wel kaden genoemd. Dit zijn kleine waterkeringen die bedoeld zijn om lokaal wateroverlast tegen te gaan. De kaden zijn aangewezen en genormeerd door het waterschap zelf. Ook voor de kaden heeft het waterschap in de Beleidsregel Hoogtecriteria Waterkeringen een uitwerking opgenomen voor vergunningverlening.
De provincie Noord-Brabant heeft op advies van waterschap Brabantse Delta de volgende normen vastgesteld in de Verordening Water Noord-Brabant: