T 076 564 12 15

Jaarlijks verdwijnen grote hoeveelheden zoet water ongebruikt in de Westerschelde. Het gaat om kwel- en afstromend water van de Brabantse Wal en effluent van de rioolwaterzuivering Bath. Tot een paar jaar geleden wilde men zo snel mogelijk van deze zoetwaterstromen af. Sinds 2006 wordt echter gekeken naar mogelijkheden om dit zoete water te gebruiken. Dit wordt gedaan in het project ‘Water uit de Wal’.
Sinds 2006 verricht het waterschap al onderzoek naar de mogelijkheid om kwelwater uit de Brabantse Wal te gebruiken. Er is bijvoorbeeld bekeken hoeveel kwelwater er jaarlijks vrijkomt. Ook is onderzocht hoeveel water er noodzakelijk is in perioden van droogte. Een opvallende bevinding is dat de vraag naar het gebruik van het zoete kwelwater niet alleen vanuit Brabant komt. Ook vanuit de Reigersbergse polder en zelfs vanuit centraal Zuid-Beveland is interesse getoond. Maar hoe komt het water daar?
Voordat het ijzerrijke kwelwater uit de Brabantse Wal geschikt is voor transport naar bijvoorbeeld centraal Zuid-Beveland, moet het eerst ontdaan worden van ijzer. Dit proces vindt plaats in een zogenaamd bufferbekken. Het bekken wordt aangelegd in de Noordpolder en heeft een oppervlakte van circa 5 ha. Voor het watertransport worden de landbouwwaterleidingen van Evides gebruikt.
Een tweede grote bron waar 'Water uit de Wal' zich op richt is de rioolwaterzuivering in Bath. Per etmaal komt er gemiddeld 110.000 m3 effluent vrij uit de zuivering. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat er mogelijkheden liggen voor het hergebruik van dit afvalwater. Via verder (markt)onderzoek brengt het waterschap de komende jaren de afzetmogelijkheden verder in beeld. Dit wordt gedaan op grond van de kwalitatieve en kwantitatieve eisen van de potentiële gebruikers. Het uiteindelijke doel van het waterschap is om het nagezuiverde effluent tegen een concurrerende prijs af te zetten.
Het project is een samenwerkingsverband tussen zeven partijen: