In twee artikelen in BN DeStem van 12 maart 2020 (artikel bevers + artikel leerlingen Dongemond College) wordt gesuggereerd dat het waterschap bevers als een probleem ziet en daarom het voornemen zou hebben om deze beschermde dieren af te schieten. Dat is absoluut niet het geval.

Het waterschap is juist tevreden dat door het uitvoeren van projecten langs onze rivieren het leefgebied van dieren, inclusief de bever, wordt verbeterd. Zo waren we erg blij met het verschijnen van de bever in de Bovenmark bij Breda. Ook met het onderhoud aan de oevers en dijken werkt het waterschap daaraan mee.

Het waterschap heeft als taak om de waterveiligheid te garanderen voor het werkgebied en houdt daarbij onder andere wel het graafwerk van de bever nauwlettend in de gaten. Door graafschade kan de stabiliteit van onze keringen namelijk in het geding komen. Mocht daar aanleiding toe zijn, dan neemt het waterschap maatregelen, zoals het herstellen van de oever of dijk waar de graverij is gevonden. Dat geheel met naleving van de beschermde status van de bever en in afstemming met alle betrokken instanties. Ook volgt het waterschap de richtlijnen die daarvoor zijn gemaakt en zijn vastgelegd in een Beverprotocol dat voor alle Brabantse waterschappen geldt. In dit protocol is het afschieten van bevers niet opgenomen.

Dit is in lijn met het standpunt van het dagelijks bestuur van waterschap Brabantse Delta, zoals vastgelegd is in de beantwoording van vragen van de Partij voor de Dieren op 21 januari 2020. Het waterschap heeft geen afschotvergunning aangevraagd en heeft geen plannen om dat te gaan doen.