Week van de biodiversiteit: Terugblik op de herintroductie van de eendagsvlieg en steenvlieg bij Brabantse beken
13 mei 2026
Afgelopen maart was er een bijzonder moment voor de Brabantse waterschappen en ons waterschap. We hebben twee soorten dieren uitgezet in vijf beken in Brabant. Het gaat om de bruintiphaft (een ééndagsvlieg) en de steenvlieg Nemoura avicularis. Bij ons waterschap hebben we de steenvlieg uitgezet in de Chaamse beken, vlak bij de Landgoederenzone.
Waarom herintroductie?
Vroeger leefden beide soorten in de Brabantse beken. Maar in de jaren 60 ging de waterkwaliteit achteruit en verdween veel leefgebied. Hierdoor zijn de soorten uit Brabant verdwenen. Nu leeft er nog maar één groep op de Veluwe, in de Leuvenumse beek. De dieren kunnen zich niet goed over lange afstanden verplaatsen. Ze vliegen slecht en komen maar een paar honderd meter per jaar vooruit. Daarom helpen we ze met hun terugkeer.
Voorbereiding van de herintroductie
Deze herintroductie doen we niet zomaar. We hebben eerst veel onderzoek gedaan. Samen met onderzoekers van Wageningen Environmental Research, HAS Green Academy en ecologen van de Brabantse waterschappen hebben we geschikte beken gekozen. Daarna hebben we proeven gedaan met water en zand uit deze beken. Zo konden we zien hoe goed de dieren overleven en groeien. De dieren groeiden goed en de waterkwaliteit en het leefgebied lijkt weer voldoende hersteld.
Toegevoegde waarde voor beeksystemen
De soorten terugbrengen naar de beken is een steuntje in de rug voor de verschillende plant en diersoorten die er leven. De soorten verknippen onder meer bladmateriaal om zichzelf hiermee te voeden en vormen zo de basis van het ecosysteem. Door de terugkeer van deze soorten wordt het ecosysteem lokaal sterker en houden de dieren onze beken schoon!
Monitoring
De komende jaren houden we de herintroductie goed in de gaten. We hopen dat we binnen 5 tot 10 jaar kunnen zeggen of het uitzetten van de vliegjes een succes is.
We controleren dit door met schepnetten dieren te vangen en te kijken of de larven goed groeien. De dieren laten ook sporen achter in het water, zoals uitwerpselen en slijm. Door watermonsters te nemen kunnen we zien of de soorten aanwezig zijn en hoe ze zich verspreiden in de beken.