Fasering van een calamiteit

De mate waarin een calamiteit gecoördineerd wordt, hangt onder andere af van het dreigingsniveau en de mogelijke impact op de omgeving. Ook factoren als de bestuurlijke betrokkenheid, financiële gevolgen of media-aandacht spelen een rol. We onderscheiden vier coördinatiefasen.

Coördinatiefasen van calamiteiten
Coördinatiefase
Toelichting

Fase 0

Het gaat hier om het verhelpen van een (klein) incident door een of meerdere medewerkers van het waterschap in het veld. Er is geen dreiging van een calamiteit.

Fase 1

Ernstig incident waarbij extra inzet van medewerkers en middelen nodig is. Hiervoor wordt het Waterschap Actieteam ingezet.

Fase 2

Deze fase gaat in wanneer er sprake is van een dreigende calamiteit, zoals een kritiek waterpeil in de rivieren of een lozing op oppervlaktewater waarbij er risico optreedt voor milieuschade of de volksgezondheid. Het Waterschap Actieteam en het Waterschap Operationele Team zetten zich in om de dreiging af te wenden.

Fase 3
Coördinatiefase 3 treedt in werking als een gebeurtenis heeft plaatsgevonden die dreigt te escaleren en/of waarbij maatregelen gewenst zijn waarin het vastgestelde beleid niet voorziet of die strijdig zijn met dit beleid. De belangen van het waterschap en die van de directe omgeving (binnen één gemeente) kunnen worden geschaad. Hierdoor is veelal afstemming nodig op bestuurlijk niveau bijvoorbeeld tussen burgemeester en dijkgraaf. In deze fase is naast het Waterschap Actie Team en het Waterschap Operationeel Team, ook het Waterschap Beleidsteam actief.
Fase 4

Coördinatiefase 4 treedt in werking als een calamiteit heeft plaatsgevonden waarbij het effectgebied in meerdere gemeenten is gelegen. Als de voorzitter van de Veiligheidsregio de situatie als een ramp beoordeelt neemt hij het opperbevel in handen en wordt de bestrijding gedaan conform het rampenplan van de gemeenten.